Met opleider Ellen spreken we over dat moment. Over wat er gebeurt vlak vóór je tevoorschijn komt. In een team. In een coachgesprek. In je eigen leven. En over een zin die haar al jaren vergezelt, juist op die plekken waar het spannend wordt.
“Feel the fear and do it anyway.”
Ellen begint: “Ja, die quote… ik weet niet eens meer waar ik ‘m hoorde of las, maar hij greep me. En hij laat me niet meer los.” Ze lacht even, alsof ze zichzelf herkent in de eenvoud ervan. “Ik kan dingen echt heel spannend vinden en tegelijkertijd komt er in mij een kracht naar boven, zo van: Ja, oké, dan is het maar spannend…en dan ga ik het toch doen. Zoals in een achtbaan wanneer je omhoog getakeld wordt. Je denkt: ik wil eigenlijk niet, maar je zit er al in en je gaat tóch.” Misschien is het gedwongen moed of bravoure?
Voor Ellen gaat het niet zozeer over bravoure, maar over bewustzijn. “Er zijn genoeg dingen die spannend zijn. Nieuw. Ongemakkelijk. En als ik dat ongemak voel, is mijn eerste neiging om me terug te trekken. Om te denken: oh, dit wil ik niet, laat maar. En die quote helpt mij dan om te denken: ja, oké… ik mag het best spannend vinden. En tegelijkertijd mag ik een stap zetten.”
Wellicht is dit al een eerste, zachte definitie van ‘tevoorschijn komen’. Niet vol bravoure en overmoed je grens over, maar wél verschijnen met dat wat je voelt.
Waarom het in groepen zo snel spannend wordt
Ellen aarzelt niet wanneer het gesprek naar teams verschuift. Haar ervaring en expertise is al voelbaar voordat ze goed en wel het woord neemt.
“Ik denk dat het in groepen snel spannend wordt, omdat het raakt aan diepe menselijke basisbehoeften. Hoor ik erbij? Ben ik onderdeel van deze groep? Voel ik me veilig? In groepen speelt dat voortdurend mee, ook al zeggen we dat niet hardop.”
Ze beschrijft hoe spanning in teams zelden alleen over de inhoud gaat. “Zolang er niet het vertrouwen is van: oké, ik kan mij hier uitspreken zonder dat mijn kop eraf gaat… dan houden mensen zich in.En dan voelt het spannend.”
Wat haar opvalt: mensen maken die spanning met regelmaat persoonlijk. “Dan denken ze: het ligt aan mij. Ik ben anders dan de anderen. Er komen allerlei gedachten. Terwijl het in groepen heel vaak óók groepsdynamiek is. Een onderstroom die iedereen beïnvloedt, zonder dat iemand er alleen verantwoordelijk voor is.”
Om dat scherp te houden, zoekt Ellen die ervaring bewust op, ook als deelnemer. “Ik zit zelf in een doorlopende SCT-groep. Twee keer drie dagen per jaar, in een grote groep. Dat vind ik zó belangrijk: om mijn eigen lidmaatschap te blijven ervaren. Niet alleen maar vóór de groep staan.”
Ze zegt het bijna terloops, maar het is een grote zin: lidmaatschap ervaren. Blijven voelen hoe het is om zelf onderdeel te zijn van het systeem waar je later anderen in begeleidt.
“In die groep kom ik telkens weer tegen dat ik een drempel over moet om mijn inbreng te doen. Dan voel ik spanning en denk ik: ik heb geen zin om me uit te spreken. Want dan kom ik tevoorschijn. Maar ja, ik weet ook dat wanneer ik het gedaan heb, het een ongelooflijke opluchting is. En dat ik altijd medestanders heb die bij me aansluiten, dat ik niet alleen ben.”
Het gaat, zegt ze, uiteindelijk over iets heel basaals. “Doe ik ertoe? Ben ik van waarde? Wie ben ik eigenlijk om iets te vinden?”
Ellen maakt een kleine beweging met haar hand, alsof ze een brug aanwijst tussen toen en nu. “Vroeger kon ik die angst overschreeuwen. Of op z’n minst wegwuiven. Nu kan ik daar meer het midden in vinden. Want tussen het stukje feel the fear en het vervolg do it anyway zit een belangrijk middenstuk: waarnemen. Waar gaat mijn fear eigenlijk over? Is het een negatieve voorspelling? Is het realistisch? Denk ik dat mensen iets van me gaan vinden?”
Sommige situaties of groepsdynamieken voelen daadwerkelijk onveilig en in zulke gevallen is het goed jezelf te beschermen. Tevoorschijn komen is dus niet roekeloos. Het is bewust voelen: wat is hier echt aan de hand? Is het onveilig of houdt mijn angst mij voor de gek?
Tevoorschijn komen is dus niet roekeloos. Het is bewust voelen: wat is hier echt aan de hand? Is het onveilig of houdt mijn angst mij voor de gek?
Je instrument leren kennen
In het werk van teams coachen en begeleiden komt die vraag steeds terug: is dit van mij, of is dit van het systeem?
Ellen is daar eerlijk over: er is geen stappenplan dat altijd klopt. “Er is geen boekje voor.” Wat wel helpt, zegt ze, is het kennen van je eigen triggers. “Naarmate je meer zicht hebt op waar jij van ontregeld raakt, kun je ook beter duiden: is er nu echt iets in de groep waardoor ik ontregeld raak? Of is dit iets ouds in mij? Dat loopt soms ook door elkaar.”
Ze geeft een voorbeeld uit haar werk. Een groep HR-professionals die ze begeleidt, met een geschiedenis van gedoe met leidinggevenden. “Ik wist al: veiligheid is hier een ding. En ik kom binnen en voel meteen spanning in mijn buik. Ik ben op mijn hoede. En ik merk dat ik de neiging heb om vrolijk te doen, sfeer te maken. Nog vóór we überhaupt zitten.”
Ze is even stil, alsof ze zichzelf terugziet in dat moment. “Ik dacht toen: oké, is dit nu nodig? We zijn hier bezig met mooi weer spelen. En ik kan daar heel makkelijk in meegaan. Dat is typisch groepsdynamiek: lekker meedoen. Op zulke momenten realiseer ik me ook dat ik er niet bij hoef te horen. Mijn rol is anders. Als ik in ga op het appèl van de groep zonder bewustzijn, dan ga ik mee in wat er speelt, in plaats van dat ik het kan helpen dragen.”
Op de vraag hoe ze in deze situatie dan heeft gehandeld, antwoordt ze: “Ik vroeg hoe het met iedereen was, en ik kreeg vooral mooie verhalen. Vervolgens ben ik gaan delen hoe het werkelijk met mij was. Dat ik spanning ervoer en dat ik daarvoor het liefst zou willen vluchten. Vervolgens vroeg ik of anderen dit herkenden. En dat bleek het geval.”
Ze noemt het normaliseren. Uitleg geven over hoe spanning werkt in groepen. “Dan kan het zakken”, aldus Ellen. En dat zakken is niet ‘zachter’ worden om de spanning te vermijden, maar zachter worden zodat er iets te ontmoeten valt.

Tevoorschijn komen in je eigen leven
Waar teamcoaching vaak gaat over lidmaatschap en rol, gaat individuele begeleiding sneller richting het persoonlijke verhaal. Ellen brengt het gesprek naar systemisch werk, en ineens wordt ‘tevoorschijn komen’ iets dat dieper reikt.
“Stel,” zegt ze, “je wil in je leven tevoorschijn komen, maar het lukt je maar niet. Je weet dat je iets te brengen hebt en toch… saboteer je jezelf, of het komt maar niet van de grond. Dan kan het helpen om niet alleen naar jezelf te kijken, maar ook naar je systeem. Hoe is je vader omgegaan met tevoorschijn komen? Hoe was dat bij je moeder? Wat zat daarvoor?”
Het blijkt dat Ellen van nature een open, veilig gesprek creëert, waarin we elkaar echt kunnen ontmoeten. We raken in gesprek over een persoonlijk voorbeeld van mij, dat gaat over mijn oudste broer. Hij heeft het syndroom van Down. Ik deel dat hij een voorbeeld voor dankbaarheid is en mij tegelijkertijd drijft om het beste te maken van mijn talenten. Ze zijn immers niet vanzelfsprekend.
Ellen blijft aandachtig aanwezig en precies. Ze legt geen verhaal over mijn inbreng heen, maar opent een denkruimte.
“Met een oudste broer met Down,” zegt ze, “kan er iets in jou zitten van: ik ben het aan jou verplicht om het beste van mijn leven te maken, want voor jou is dat niet een gegeven. En tegelijk kan er óók iets in de onderstroom zitten van: maar ik mag jou niet voorbij. Het zal mij niet beter gaan dan jou.”
Ze benoemt het woord survivor’s guilt, en legt het naast loyaliteit. Niet als diagnose, maar als mogelijkheid. En ze trekt de denkruimte verder open: ook naar mijn ouders. “Welke concessies hebben zij gedaan? Wat is er in hun leven wel en niet mogelijk geweest? Want als er concessies zijn gedaan… wie ben jij dan om daar voorbij te gaan?”, vraagt ze.
Ellen vervolgt: “Als je zicht kan krijgen op die survivor’s guilt, dan zeg je: dat leed is niet van mij. Dat is van hen en dat dragen zij. Ik mag dat daar laten. Ik eer hen het best door hen hun lot te gunnen, en mijn eigen pad te volgen.”
Een andere vorm van moed
Aan het einde van ons gesprek komt Ellen zelf ook tevoorschijn, op haar eigen manier. Niet met een groot verhaal, maar met een kleine eerlijkheid.
Ze vertelt hoe zij begon als bèta-wetenschapper, in de farmaceutische industrie, en later het werk ging doen dat ze nu doet. Werk dat door “de gemeenschap waar ik uitkom” makkelijk als vaag of zweverig kan worden gezien. “En daar dan toch helemaal voor gaan staan, met mijn hele hebben en houden… daarin heb ik ook stappen moeten zetten.”
Ze zegt het zonder drama, maar met gewicht. “Ik ben ooit die bèta-kant op gegaan omdat ik mijn vader trots wilde maken. Als ik nu het gesprek met mijn moeder voer over wat ik doe, is ze alleen maar waanzinnig trots. Ik heb heel lang gedacht dat ze dat niet helemaal kon zijn. Maar dat is onzin. Dat heb ik ergens in mezelf zo gecreëerd.”
Ze noemt het “een loyaliteit aan iets oneigenlijks”. En ineens voelt ‘tevoorschijn komen’ niet meer als een losse vaardigheid, maar als een levensbeweging: stap voor stap loskomen van oude patronen, zodat je op een passendere plek kunt staan. In je werk, je team, je relaties.
Tot slot
Tevoorschijn komen gebeurt zelden in één grote sprong. Vaker in kleine bewegingen: een zin die je wél uitspreekt, een vraag die je niet inslikt, een waarheid die je voorzichtig neerlegt waar hij gehoord kan worden.
En misschien is dat wel waar Ellen haar quote uiteindelijk over gaat. Niet over jezelf overwinnen, maar over jezelf meenemen. Je spanning opmerken. Je verhaal herkennen. En dan, in het contact, iets laten verschijnen dat eerder nog verborgen bleef.
Bij School voor Coaching leer je om naar de spanning te bewegen in gesprekken. Dit doen we bijvoorbeeld in de leergang Teamcoaching of de verdiepende opleiding Systemisch Coachen, welke Ellen Havenaar verzorgt.